Met het verhaal van mijn schoonvader op mijn netvlies bestel ik voor morgenochtend een taxi om kwart over vijf.
Hij vertelde: ‘Ik ging naar Gran Canaria en had om zes uur een taxi besteld. Toen die er nog niet was om kwart over zes heb ik een nieuwe taxi besteld. Om zeven uur was deze er ook nog niet, dus toen ben ik in mijn auto gesprongen en ben als een dolle naar Schiphol gereden. Ik parkeerde mijn wagen en spurtte naar mijn gate. Daar aangekomen kon ik nog net door de sluitende vliegtuigdeuren binnengaan.Toen ik terug kwam van vakantie was ik vergeten waar ik ook alweer mijn auto had neergezet.’
Nu ik al twee keer met een georganiseerde busreis ben meegegaan, voel ik me iets zekerder. De taxi's waren beide keren tien minuten te vroeg en ik durf het nu wel aan om in plaats van een uur een half uur te vroeg te zijn.
Er komt geen taxi om kwart over vijf, en met mijn schoonvader in gedachten bel ik meteen. De centrale dame gaat op zoek in haar paperassen, ziet mijn reservering en zegt dat ze opnieuw een wagen zal sturen.
Een paar minuten later belt de taxichauffeur dat hij over acht minuten bij mijn huis zal zijn.
Ondertussen staan mijn koffer en rugzak al beneden bij de buitendeur en met mijn handtas voeg ik me bij deze twee en ga ik alvast de straat op.
Daar krijg ik een tweede telefoontje, een andere stem meldt dat hij over een paar minuten bij mij zal zijn.
‘Gezellig,’ zeg ik, ‘dan zijn jullie met z’n tweetjes.’ Oh mijn god, wat zeg ik, da'lijk zeggen ze allebei mijn rit af...
Enkele minuten later komt er een auto mijn straat in rijden. Ik steek mijn hand op, de man stapt uit en ik overhandig hem mijn bagage.
Hij stapelt deze in de achterbak van zijn auto als de tweede taxi de straat in draait. Deze stopt achter zijn collega, stapt uit en ze beginnen een twistgesprek. Ik kijk het vijf seconden aan en intervenieer: ‘Ik moet nu naar Sloterdijk!’
De mannen slaan geen acht op mijn bevel en bekvechtten door en met grote stemverheffing (sorry buren) galm ik: IK MOET NU NAAR SLOTERDIJK!
Nog niet uitgesproken hevelt de laatste taxichauffeur beslist, hij is blijkbaar de winnaar, mijn bagage in zijn kofferbak en gebaart dat ik in kan stappen.
Het is 05.33 uur.
Ik zit, en weet dat hij niet weet dat mijn bus uiterlijk om zes uur zal vertrekken van Sloterdijk.
‘Geen respect,’ begint hij terwijl hij gas geeft. ‘Geen respect.’
‘Sorrie,’ zei ik, ‘maar dat wil ik niet horen.’ Dat mag hè, ik betaal niet voor de man zijn perikelen.
‘Hoe laat op Piarcoplein?’ vraagt de man.
‘Kwart voor zes.’
Hij knikt en drukt het gaspedaal nog verder in.
‘Niet doen hè,’ zeg ik. ‘Zo meteen rijd je een kat dood.'
Eenmaal mijn buurt uit doet de man zijn uiterste best om de verloren tijd in te halen, maar wanneer hij een rood stoplicht nadert en niet van plan lijkt te zullen stoppen, sputter ik tegen: ‘Niet door rood rijden!’
‘Nee, nee, ik weet, ’s morgens deze stoplichten springen altijd op groen.’
Om 05.44 arriveren wij op het Piarcoplein te Sloterdijk.
‘Ik hoop geen boete,’ zegt de man en wist het zweet met de achterkant van zijn hand van zijn gezicht.
‘Oh, die wordt vast wel betaald door je baas,’ zeg ik ongevoelig.
Ik betaal hem de vooraf vastgestelde 45 euro, cash zoals hij graag wil, tippen doe ik hem niet, o nee, en als ik uitstap, kan ik zo mijn reisbus in rollen die naast ons staat te wachten. De buschauffeur registreert relaxed mijn naam.
Ik ben met vakantie.
NB: Met mijn schoonvader kwam het goed, hij werd heel lief geholpen door andere reizigers.