De baby in de kinderwagen ziet op van mama ’s mobiel die ze net in haar knuistjes gedrukt heeft gekregen. Met haar babyblauwe kijkers zoekt ze de ogen van haar moeder. Ze maakt een geluidje, het oerkreetje dat kleintjes uiten als hun verzorger niet meteen de aandacht geven die ze zoeken ter geruststelling.
De moeder rukt zich met moeite los uit haar overpeinzingen. Verveeld reageert ze op haar baby die alweer verdiept is in het schermpje. Ongeduldig plukt zij wat met haar Confucius-lange nagels aan haar valse wimper die wat los heeft gelaten; het traanvocht dat daarmee vrij komt, besmeurd de pancake op haar appeltjeswangen en die wordt er zelfs korrelig van.
Er is weinig geroezemoes in de tram, haast iedereen zit gebogen over wat wel het meest verslavende middel aller tijden wordt genoemd.
De trambestuurder zet er de vaart in. Misschien moet ie plassen. Misschien moet ie roken. Misschien moet ie op z’n telefoon.
Digitale detox. Ik vang het woord op van twee meisjes die achter mij zitten. Hun opgewonden stemmen vervagen in mijn oren want meteen gaat mijn fantasie werken.
Ze hebben een mobielloze vakantie geboekt, mét therapie.
Bij aankomst van hun bestemming, natuurlijk in een luxueus en riant landhuis, moeten ze hun mobieltjes inleveren, voor een termijn van twee weken.
In plaats daarvan krijgen ze een wegwerpcameraatje met één filmpje van zesendertig opnames.
En dan begint het ontgiften.
Slechts een paar uur later gaan ze trillen, malen en krijgen dwangneigingen, de één begint de treden van de trap hardop te tellen, de ander checkt steeds of hij zijn sleutels nog wel heeft. Weer iemand anders begint rondjes te rennen in de grote tuin, wat niet wordt tegengehouden door de therapeuten.
Het hoort erbij, hebben ze gelezen in de reisbescheiden. Een week, belooft de begeleiding, dan zijn de ontwenningsverschijnselen over. Volhouden dus!
Ondertussen slapen de verslaafden slecht, mag koffie en alcoholica niet geschonken worden want het is niet de bedoeling om van de ene verslaving in de andere te vallen.
Iedere morgen, iedere middag en iedere avond is er ‘de groep’. Er mag geklaagd worden, vloeken en verwensingen uiten worden gedoogd en er wordt ook veelvuldig gehuild. Het afkicken heeft grote impact op alle cursisten.
Er worden armen om schouders heen geslagen, aaien over de al grijze of kale hoofden uitgedeeld, en dat mag, iedereen heeft voor alle mogelijke aanrakingen die spontaan ontstaan tijdens de cursus, behalve die gerekend worden tot de intieme, toestemming gegeven toen ze de reisvoorwaarden terug stuurden naar de reisleiding.
En dan gebeurt het wonder: na zes lange dagen van onthouding, ontstaat er ruimte in het hoofd. Rust daalt neer in hun geest. De gespannen gezichten en lichamen worden zacht en slap.
De rest van de vakantie vertoeven de verlichten steeds in elkaars aanwezigheid. Zoals dat gaat met groepen, lachen ze met elkaar, vertellen ze welk verdriet ze hebben meegemaakt het afgelopen jaar, en wordt er getroost. Geknuffeld ook, natuurlijk.
Maar er zijn afvallers. Ook daar is voor gewaarschuwd. Twee van de twintig cursisten hebben niet die zalige bewustzijnstoestand bereikt. Twee van hen zijn nog steeds zwaar verslaafd. Van lieverlee worden ze uitgestoten door de groep, zoals dat sinds mensenheugenis gaat met afvalligen. Ze vormen hun eigen groepje. Zitten doorgaans stilletjes in de uiterste hoek van het zwembad. Likken hun wonden.
Op een ochtend is het tweetal verdwenen, niemand weet waar naar toe. Er is opluchting, de gelukzaligen worden niet meer geconfronteerd met hun afhangende huidplooien, hun uitgebluste ogen, hun stijve ledematen. De verslaving is volkomen uitgebannen.
De laatste avond is de bonte avond. Eindelijk vloeit de alcohol rijkelijk, want nu mag het. De kameraadschap is voelbaar, tastbaar, iedereen danst, en knuffelt en lacht.
Op de ochtend van vertrek worden de mobieltjes teruggegeven aan de eigenaren. Iedereen laat het ding zonder er een blik op te werpen in de achterbroekzak glijden, het vindt daar zijn vertrouwde ingesleten plek terug. De adressen zijn al uitgewisseld en opgeschreven in het boekje dat ze gratis van de begeleiders hebben gekregen ten afscheidsgeschenk
Auto’s worden gestart, armen wapperen zwaaiend uit de raampjes. De begeleiders, voor wie ze de avond daarvoor nog een inzamelingsactie hadden gedaan; een bonus, uit dank voor de fantastische weken sinds jaren, roepen: ‘Blijf sterk!’
De trambestuurder roept mijn halte om, de moeder heeft haar mobiel teruggepakt van haar kind. De baby jengelt en dreint. Ik stap uit, en open de gps op mijn mobiel, was het nou links of rechts?